Denken, denken, denken · Volledige film · 10′47″
De studentenfilm van Rob Rombout aan de filmschool RITCS in Brussel.
Transcriptie
▶ Denken, denken, denken · Volledige film · 10′47″
Goedenavond dames en heren. Vanavond in Denken, denken, denken gaan we uit van de volgende probleemstelling: wat gaat er om bij jonge werklozen en hoe is hun leefwijze?
Voor de kijkers die nog nooit naar dit programma gekeken hebben: dit is een programma dat randverschijnselen in de maatschappij analyseert en probeert objectief te benaderen.
Vanavond hebben we drie mensen in de studio uitgenodigd. Hendrik-Jan Vleuten. Hij is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam en houdt zich bezig met het onderzoek naar deviant gedrag bij sociaal mindere groepen. Hendrik-Jan, wat is precies deviant gedrag?
Dat is moeilijk te zeggen. Het is moeilijk kort en eenvoudig neer te zetten, maar toch zal ik proberen een definitie te geven. Deviant gedrag is dat gedrag wat afwijkt van de gangbare normen. Normen die in de maatschappij een zekere gemene consensus hebben bereikt.
Mijn onderzoekspopulatie bestaat uit mensen die relatief weinig geïntegreerd zijn in de maatschappij. Ik probeer bij mijn onderzoek een verband te leggen tussen het sociaal achtergesteld zijn en het deviante gedrag.
Dat is duidelijk. Dit is Hans Blok.
Inderdaad.
Ik heb gehoord dat jij bezig was met een ontzettend interessant project. Kan je daar wat van vertellen?
Twee jaar geleden hebben we van de gemeente een lokaal ter beschikking gekregen. Nu proberen we de mensen van de stadssector bij het wijkbestuur te betrekken.
Verder hebben we in de studio Dr. John Pusher. Hij is schrijver-filosoof en speciaal hier voor uit Engeland gekomen. Hij heeft een boek geschreven over de achterbuurt in Birmingham.
John, welcome in the studio. I hope you have had a nice flight. In your last book, “How Paradise Was Lost”, you use the term punk rise. Can you explain it to us?
Yes. It's a little word game that I made up myself. To cut it short: where crisis rises, punk rises. So I came to the philosophical conclusion and termed it: puncrises.
Voor de kijkers die geen Engels kunnen: John probeert in zijn boek aan te tonen dat daar waar crises ontstaan, punk ontstaat, en andersom. Misschien kan Hendrik-Jan hier een korte toelichting op geven.
Dit verschijnsel komen we ook hier op het continent tegen. Het gaat vooral om jongeren die opgroeien in een tijd van pessimisme, van een tijd van een stuk defaitisme. Om een paar voorbeelden te noemen: de toenemende dreiging van een atoomoorlog, van atoomexplosies en zo.
Aan de ene kant treedt er een zekere complexiteit van de maatschappij op, maar aan de andere kant ook een verstarring van diezelfde maatschappij. Dat roept bij die jongens een zekere vraag op van: waar moet het heen?
Nog iets. Als we de laatste decennia eens bekijken, kunnen we twee soorten revoltes onderscheiden. Ten eerste een optimistische revolte, zou ik het willen noemen. Dan gaan we terug naar mei 1968. Toen leefde vooral de drang naar vernieuwing, hervorming en democratisering.
Maar de revolte die nu plaatsvindt, is meer een revolte die geen uitweg meer biedt. Het is passief, destructief, pessimistisch. Punk in één woord.
De punk is opgebouwd uit de P van provocerend, U van ultra-extreem, N van nihilisme en de K van cultuurpessimisme.
Zo'n typische vertegenwoordiger van deze punkstroming hebben we vandaag in de studio uitgenodigd. Jef Peeters. Jef, jij gaat iets over jezelf vertellen.
Ik dacht dat ik enkele dia's mocht meebrengen en dacht dat dat voldoende was.
Voorlopig kunnen we in ieder geval even naar die dia's gaan kijken. Misschien kan je er ook wat bij vertellen.
Ik ben Jef Peeters. Ik ben 21 jaar oud. Toen ik 16 was, heb ik wel eens een paar weken gewerkt in een blikfabriek, maar sindsdien ben ik op het dop en dat bevalt me best.
Dat is de wagen van mijn vader, waar ik iedere morgen mee naar het dopkantoor rij.
Wat mij vooral opvalt aan deze dia's is het kille karakter dat ervan uitstraalt. Er spreekt een stuk liefdeloosheid uit, zou ik haast willen zeggen. Ik zie ook een hele sterke vergelijking met de achterbuurtencultuur zoals die bestond in de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog.
Jouw vader, Jef, zou er wel van kunnen meepraten, denk ik. Wat doet jouw vader op het ogenblik?
Op het ogenblik werkt hij in de havens, geloof ik, maar ik zie hem maar eens in de twee maanden.
Kan je zeggen dat je je betrokken voelt bij het maatschappelijk gebeuren? Dat je vindt dat de wereld zo moet blijven of dat de wereld gauw moet veranderen in een bepaalde richting?
Ik vind het allemaal rotzooi, maar ik vermaak me best.
Je bent niet opstandig. Je zou jezelf geen revolutionair willen noemen.
We kunnen hier niet spreken van een revolte à la Marcuse.
Wacht even. Laten we het vanuit de praktijk bekijken. Jef, je staat om 10 of 11 uur op. Wat doe je daarna?
Voor 12 uur moet ik doppen. Dan ga ik drinken en voor de rest van de dag punken.
Hou je meer van The Stranglers of van de Sex Pistols?
Daar wil ik het liever niet over hebben.
Het is duidelijk dat deze muziek een belangrijke rol speelt in het leven van deze jonge mensen. Misschien kunnen we nu wat punkmuziek beluisteren.
[Song: Ian Dury, “Sex & Drugs & Rock & Roll”]
Doctor John Pusher. Waarschijnlijk kan je ons meer vertellen over het verband tussen muziek en cultuur.
John, in your book “From Woodstock to Punk Rock”, you gave a splendid analysis of the evolution of music.
Yes, there has been indeed an interesting evolution since the end of the sixties, the big difference being between commercial music and non-commercial music. The commercial music was for the lower classes and the non-commercial music was for the higher classes and so-called intellectuals. Non-commercial music stood for avant-garde.
Now we see that the reverse has happened and that the avant-garde music and culture is coming from the lower classes. It being anti-commercial, unaesthetic, unintellectual, spontaneous form of anti-musical music. Punk music is a monotonous reflection of everyday life without any hope.
Wat John zegt is dat de punkmuziek avant-gardemuziek is van de arbeidersklasse. Monotoon en hopeloos.
Inderdaad. Het monotone zien we terug in die eindeloze nieuwbouwwijken in onze moderne steden. Met hun rechte huizenblokken, flatblokken, rechte perkjes, rechte wegen. Dat verklaart een heleboel vanuit die muziek.
Jef, hoe is het contactueel met jullie gesteld? Als ik vragen mag.
Misschien kunnen we een dia opzetten.
Het spijt me zeer, maar ik vind het intellectueel gemasturbeer.
Je moet het vanuit de praktijk bekijken.
Dat zou ik zo niet willen stellen. Ik vind dat je het in een sociologisch, in een wetenschappelijk kader moet plaatsen.
Wat hij hier maakt, is: je moet het vanuit de jongeren zelf bekijken.
Voor mij is het onzin.
Vanuit de jongeren zelf bekijken.
Maar aan de andere kant:
But on the other side, you have to see it in a complex of problems. You can't extract one problem.
Zoals gewoonlijk laait de discussie ontzettend hoog op. Dit was Denken, denken, denken voor vanavond. Tot volgende keer.
[Song: Ian Dury, “Sex & Drugs & Rock & Roll”]
Uitgeschreven op basis van het geluid van het fragment en nagelezen; de Engelse vertalingen zijn van ons.